Eén van de grappige effecten van de huidige crisis (jazeker,
die zijn er ook), is dat oplossingen mogelijk zijn die een half jaar geleden
niet eens werden bedacht.
Mijn kantoor grenst aan de binnentuin van ons complex in
Hoofddorp. Er is zelfs een deur die toegang geeft tot de tuin. Voor de bewoners
van het verpleeghuisdeel is er een toegang, halverwege de gang van de
verpleegafdeling op de begane grond. De tuin is recent geheel opnieuw ingericht
tot een belevingstuin en haar zonnige ligging maakt het kleine paradijsje
compleet. Bewoners vertoeven hier dus graag.
Door het coronavirus worden de bewegingen over de gangen van
de afdelingen tot een minimum teruggebracht. Derhalve is de gang op de begane
grond afgesloten en kunnen de bewoners van de bovenliggende verdiepingen niet
meer de tuin in komen.
De lift naar de bovenliggende verdiepingen is schuin voor
mijn kamer.
U begrijpt het.
Mijn kamer is de doorgang naar de tuin
geworden voor de bewoners van de 1e en 2e verdieping.
Het gaat de hele dag door: die meneer die zelf mijn kamer
weet te vinden en mij altijd joviaal begroet met “Ha, directeur!”; de mevrouw
in een rolstoel die mij wat klagend vraagt “waar ga ik nu heen?” en me
vervolgens toefluistert dat ze van iedereen houdt; de mevrouw die al in slaap
gevallen is voordat ze de tuin heeft bereikt; de meneer die steeds weer
resoluut de andere kant oploopt als hij merkt dat ze de tuin weer verlaten,
maar goedmoedig weer komt aansnellen als hij ziet dat de verzorgster aan het
worstelen is met de deur en een dame in een rolstoel en ga zo maar door.
Heerlijke tafereeltjes.
Nog een leuke.
In onze organisatie is ooit bedacht dat iedere deur moet
zijn voorzien van een dusdanige afsluiting dat een deur of met een “tag” of van
binnenuit moet worden geopend. Die voorziening heb ik er voor mijn kantoor indertijd al snel van
af gesloopt.
Mijn deur is gewoon open.
Gewoontes zijn echter sterk, zeker als
het om de deur van de directeur gaat. Zo staat een medewerker soms langdurig te
wachten tot het moment ik de deur, na het aankloppen, heb geopend. En een volgende keer
weer en ja, de halsstarrige herhaalt dat zelfs een derde keer.
Bewoners hebben hier nooit last van. Die komen gewoon naar
binnen als ik “binnen!” heb geroepen.

