dinsdag 7 april 2020

Binnen!





Eén van de grappige effecten van de huidige crisis (jazeker, die zijn er ook), is dat oplossingen mogelijk zijn die een half jaar geleden niet eens werden bedacht.

Mijn kantoor grenst aan de binnentuin van ons complex in Hoofddorp. Er is zelfs een deur die toegang geeft tot de tuin. Voor de bewoners van het verpleeghuisdeel is er een toegang, halverwege de gang van de verpleegafdeling op de begane grond. De tuin is recent geheel opnieuw ingericht tot een belevingstuin en haar zonnige ligging maakt het kleine paradijsje compleet. Bewoners vertoeven hier dus graag.

Door het coronavirus worden de bewegingen over de gangen van de afdelingen tot een minimum teruggebracht. Derhalve is de gang op de begane grond afgesloten en kunnen de bewoners van de bovenliggende verdiepingen niet meer de tuin in komen.

De lift naar de bovenliggende verdiepingen is schuin voor mijn kamer.

U begrijpt het.

Mijn kamer is de doorgang naar de tuin geworden voor de bewoners van de 1e en 2e verdieping.

Het gaat de hele dag door: die meneer die zelf mijn kamer weet te vinden en mij altijd joviaal begroet met “Ha, directeur!”; de mevrouw in een rolstoel die mij wat klagend vraagt “waar ga ik nu heen?” en me vervolgens toefluistert dat ze van iedereen houdt; de mevrouw die al in slaap gevallen is voordat ze de tuin heeft bereikt; de meneer die steeds weer resoluut de andere kant oploopt als hij merkt dat ze de tuin weer verlaten, maar goedmoedig weer komt aansnellen als hij ziet dat de verzorgster aan het worstelen is met de deur en een dame in een rolstoel en ga zo maar door.

Heerlijke tafereeltjes.

Nog een leuke.

In onze organisatie is ooit bedacht dat iedere deur moet zijn voorzien van een dusdanige afsluiting dat een deur of met een “tag” of van binnenuit moet worden geopend. Die voorziening heb ik er voor mijn kantoor indertijd al snel van af gesloopt. 

Mijn deur is gewoon open. 

Gewoontes zijn echter sterk, zeker als het om de deur van de directeur gaat. Zo staat een medewerker soms langdurig te wachten tot het moment ik de deur, na het aankloppen, heb geopend. En een volgende keer weer en ja, de halsstarrige herhaalt dat zelfs een derde keer.

Bewoners hebben hier nooit last van. Die komen gewoon naar binnen als ik “binnen!” heb geroepen.

zondag 5 april 2020

Verjaardag.



Gisterochtend reed ik de parkeerplaats op van één van onze twee locaties. Ik trof hier een groepje mensen aan en ik meende één van hen te herkennen: haar echtgenoot was enkele jaren geleden bij ons opgenomen geweest en inmiddels overleden. Ik wist dat ook haar moeder op één van onze afdelingen woonde.

Ze keek me aan.

"En dan word je moeder 97 jaar en dan mogen we niet bij haar op bezoek komen..."

Ze bleek namens de hele familie te spreken. Een ander, een kleindochter werd me duidelijk, hield een tasje omhoog waarin cadeautjes.

"Daar sta je dan..."

De toon was niet verwijtend. Eerder berustend. De teksten werden schouderophalend uitgesproken. Ik realiseerde me dat ik zometeen, voor de ogen van deze lieve mensen, het gebouw zou binnengaan.

Ik wel.

Het is niet uit te leggen.

Ik deed ook geen poging.

Ik vertelde dat ik het voor hen en vooral voor hun moeder en oma afschuwelijk vond dat op deze wijze haar verjaardag moest worden gevierd. Ik realiseer me dat, bij mensen op deze leeftijd, een variant op "volgend jaar beter" alleen maar schrijnend is: hoezo volgend jaar? Ik deed dan ook geen poging tot dergelijke wat valse positiviteit.

In de media zie ik geleidelijk aan steeds meer berichten en brieven verschijnen waarin hardop de vraag wordt gesteld wat nu eigenlijk de zin is van deze totale afgrendeling van bewoners in een verpleeghuis van de buitenwereld. Wat willen we bereiken? Veiligheid of kwaliteit van leven... en wat is dan die kwaliteit?

De 97-jarige begreep er in ieder geval helemaal niets van, zo merkte ik toen ik op mijn hurken naast haar rolstoel zat. Enkele medebewoners vonden het maar idioot dat de (klein)kinderen alleen vanaf de parkeerplaats naar oma konden zwaaien.

En ja, de opmerking dat dit virus niet meer is dan een variant op de gebruikelijke griep die ieder voorjaar de verpleeghuizen bedreigd, is ook erg hardnekkig.

De paar mensen die ik heb gesproken die zijn getroffen geweest door het virus, maken me echter steeds 1 ding duidelijk: het is geen griep maar vooral een hele nare ziekte waarbij je dagenlang de doodenge ervaring hebt dat je langzaamaan stikt.

Dat wil je je moeder ook niet aandoen.

Dan toch maar liever deze weken van afzondering en hopen op een spoedig afzwakken van de bedreiging, lijkt mij.

Maar ja, je zal maar jarig zijn precies in deze periode.

De 97-jarige haalde de verschillende geurflesjes uit het tasje, dat ik voor de kleindochter had meegenomen. Van buiten klonken de stemmen van kinderen en kleinkinderen die oma een fijne verjaardag toezongen.

Oma stak haar duim omhoog en zwaaide.