vrijdag 12 februari 2021

Patient centraal!

 

In 1994 werd ik benoemd tot divisiemanager in het Groene Hart ziekenhuis en daarmee maakte ik de stap naar de directie van het ziekenhuis. Het was indertijd een gok: ik was opgeleid als verpleegkundige en altijd werkzaam geweest in de psychiatrische hulpverlening. Sinds enige jaren was ik afdelingshoofd van de afdeling psychiatrie (PAAZ) in het ziekenhuis. Ik had een aanvullende opleiding voor teamleider gevolgd en dat was het. 

Nou ja, er liep een interimbestuurder rond, Paul Sturkenboom, die de hele boel op zijn kop had gezet (zijn werk werd ook "kantelen" genoemd) en mij blijkbaar wel zag zitten.

Er werden geen zoete broodjes gebakken. Ik was nog geen week in functie toen ik bij hem werd geroepen en hij mij een geweldige donderpreek gaf: ik was (vloek) een duurbetaalde kracht en (vloek) waar bleek dit dan uit? Wanneer ging ik (vloek) eens wat doen?

Resultaatgericht werken, werd het nieuwe motto van het ziekenhuisbestuur. En ook, afrekenen op die resultaten want de tijd van vriendelijk polderen was voorbij. Ik herinner me nog hoe het ging als we een directievergadering hadden: de ochtend hieraan voorafgaand liep Paul mopperend en soms briesend door de gouden gang (hier zaten alle directieleden). Je hoorde hoe hij soms een deur inging en even later knalde die deur weer dicht en vervolgde hij zijn tirade, welke meestal onverstaanbaar was. Als het overleg begon, met aanwezigheid van de doktoren uit het medisch college, stond iedereen op scherp.

O ja, het waren allemaal mannen aan tafel.

O ja, door Paul Sturkenboom werd gerookt gedurende de vergadering.

Niemand die er iets van zei.

Het was een masculiene groep en daadkracht en doorpakken waren wel de belangrijke kernwoorden.

Ik moest in ieder geval voortaan in pak met stropdas op mijn werk verschijnen.

De begroting was een verhaal apart. Altijd gedonder tussen de snijdende en beschouwende vakken, altijd gedoe omdat de neurologen zich onbegrepen voelden in dit specialistengeweld. Het ging om grote investeringen en flinke belangen en iedere maatschap probeerde er steeds opnieuw, in wisselende fracties,  het beste voor hen eruit te slepen. Het was politiek pur sang. En de harde eis vanuit het bestuur was: je stopt pas als er een sluitende begroting ligt. En dus werd het nachtwerk en soms zelfs zagen we de zon opnieuw opkomen.

En natuurlijk moest ik opgeleid worden: het werd een bedrijfskundige opleiding en stopte ik mijn studie verplegingswetenschappen.

Management werd voor mij een wereld van actieplannen, targets, "resultaat onder aan de streep", marktoriƫntaties en strategie tov concurrerende ziekenhuizen. Alles was haalbaar, als je je maar genoeg inzette.

O ja, er waren ook nog patiƫnten en medewerkers.

Die zag of sprak ik zelden.

Nou ja, als het eens helemaal misliep...

In die zelfde periode was er een gynaecoloog, een vrouw, die een groep fotografen het ziekenhuis in haalde. Zij liepen door het hele gebouw en het enige wat ze deden was het fotograferen (met verborgen camera) van het ziekenhuispersoneel dat ze tegenkwamen. Het resultaat liet ze ons, bestuur en directie, zien in een diareeks die zonder geluid en commentaar werd afgespeeld. Niemand maar dan ook werkelijk niemand keek de passerende bezoeker aan....

Het leverde vast een nieuw actieplan op.

Gister was ik, na 20 jaar, weer eens als bezoeker in het ziekenhuis. Door de aangebouwde nieuwbouw is het pand een voor mij onherkenbaar doolhof geworden. Ik dwaalde dus wat rond en opeens viel het mij op: niemand van de (vele) medewerkers onderweg, keek mij aan of vroeg me of ze konden helpen. Gelukkig kwam ik een kennis tegen die in het ziekenhuis werkt: zij wees mij de weg.