
Naast alle ceremonieel waarmee de koningin van Engeland naar haar laatste rustplaats werd begeleid, steken onze Nederlandse tradities en het vermogen tot imponerend vertoon wat magertjes af. Ik doel natuurlijk op het ritje dat door onze monarch wordt afgelegd door het Haagse naar, dat is ook zo wat, de schouwburg om zijn troonrede uit te spreken. Dat de koetsier de koets, niet langer een gouden maar een glazen, naar een theater moest manoeuvreren, daar kan onze koning natuurlijk niets aan doen. Na jaren gekrakeel over kosten, wel of geen inpandige tuinen, aanbestedingsdiscussies en voorbijtrekkende architecten, wordt de Binnenhof gerenoveerd en daarmee ook de Ridderzaal. Alhoewel de koninklijke familie stug en vriendelijk bleef zwaaien, waren ook voor hen het “boe-geroep” en de schelle protestfluitjes vanuit het toegestroomde publiek soms goed hoorbaar.
Het zijn roerige tijden.
Dat geldt ook voor de aanloop naar deze derde dinsdag van september. Alhoewel het nieuws, met reden, vooral werd gedomineerd door de onhoudbare energieprijzen, de ongekende inflatie en daarmee de steeds minder verborgen armoede onder velen in ons land, werd zo hier en daar ook aandacht besteed aan de struikelpartij in de zorg die, na veel vijven en zessen, resulteerde in een matig gesteund integraal zorgakkoord: IZA.
Vanuit mijn rol als bestuurder in de ouderenzorg, maakte ik het proces vooral vanuit dit perspectief mee. Wat mij en anderen hierin vooral opviel is dat er niet eens zoveel weerstand is tegen de onderliggende gedachte van een dergelijk akkoord, namelijk de wens om gezamenlijk op te trekken in de vele uitdagingen waar we als verschillende zorgsectoren, financiers en beleidsmakers voor staan, maar wel een ongekend diep wantrouwen naar de zorgverzekeraars. Het akkoord bleek namelijk boterzacht en er was geen enkele garantie dat zorgverzekeraars nu bereid zouden zijn om te gaan investeren in de thuiszorg door de aanbieders minstens kostprijsdekkende tarieven aan te bieden. Sterker, de onderhandelingen over de tarieven voor 2023 zijn volop gaande en massaal maakten aanbieders duidelijk dat door de zorgverzekeraar geen krimp werd gegeven als het over onderhandelen ging. Het was gewoon weer, inmiddels een vervelende traditie, tekenen bij het kruisje.
Een brief vanuit de minister leek het beeld te bevestigen: goede bedoelingen, geen garanties.
De zorgaanbieders weigerden dan ook aanvankelijk om het akkoord te ondertekenen. Eerst zien en dan geloven; boter bij de vis, om maar eens een paar goede gewoontes te benoemen.
Binnen een week werden we opnieuw uitgenodigd voor een nieuwe ledenvergadering door de koepelorganisatie. Wat bleek, vanuit de zorgverzekeraars kwamen, voorzichtig, wat meer garanties over een beter tarief. Weliswaar kon dit niet integraal aan alle aanbieders worden aangeboden; maar de toezegging was dat in de individuele onderhandelingen deze ruimte genomen kon worden. Ook werden er wat potjes gevuld waar aanbieders gebruik van konden gaan maken.
Alhoewel ik wel begrijp dat de meeste leden deze vinger grepen om in ieder geval 2023 met betere tarieven in te gaan, bleef bij mij de aarzeling sterk.
Immers, we rommelen ons nu een akkoord in, terwijl het echte probleem niet bespreekbaar is. Namelijk dat we de zorg hebben gedefinieerd als een markt, waarbij de verschillende aanbieders zich als onderlinge concurrenten gedragen. In dat frame worden dus ook de spelregels bepaald: er kan geen generieke tariefverhoging voor alle aanbieders worden aangeboden; iedere aanbieder moet zelf onderhandelen over die betere prijs en het gedrag van de zorgverzekeraars is opeens nog begrijpelijk ook: ze spelen de marktpartijen zoveel mogelijk tegen elkaar uit. Nog een belangrijke uit de markt: hier geldt het recht van de sterkste. Kleine zorgpartijen komen, ook in de nu gecreƫerde situatie, niet aan tafel bij een zorgverzekeraar.
De huisartsen hebben volhardt in hun standpunt. Moe en wantrouwig als ze zijn geworden van het spelbord zoals dat al jaren wordt gedomineerd door wantrouwen, controlezucht en het genadeloos omlaag duwen op de tarieven.
Heeft Actiz en hebben wij, haar leden, tactisch de juiste zet gedaan door alsnog akkoord te gaan met het voorliggende zorgakkoord? Ik ben er niet gerust op. Er is een wenkend perspectief geschreven dat samengevat kan worden als “samen”. Het lijkt mij dat er ook geen andere weg is en dat we hoognodig de handen in elkaar zullen moeten slaan. Maar juist dat samen is een belangrijke spelregel in het marktdenken: daar kleven nogal wat problemen aan. Het gedrag van de zorgverzekeraars en andere marktpartijen wordt immers niet bepaald door of het wel of geen goedwillende mensen zijn (en er is geen enkele reden om hier aan te twijfelen), maar door de spelregels die we als samenleving hebben geformuleerd, compleet met controlerende en zelfs afstraffende instanties.
"The proof of the pudding is the eating", om maar weer terug te keren naar Engeland. Het is niet eens het gedrag van de zorgverzekeraars waar we ons zorgen over moeten maken, maar de boterzachte garanties vanuit onze politieke voormannen en – vrouwen: zij zijn immers aan zet. Durven zij het marktdenken te doorbreken?