vrijdag 27 augustus 2021

Polarisatie

 


Ergens de afgelopen maanden, sprak ik via de telefoon een medewerker die mij vertelde dat hij positief getest was. Hij had corona. Gelukkig vielen de verschijnselen mee, maar de vermoeidheid plaagde evenals het binnen moeten blijven door de verplichte quarantaine. Ik vroeg hem of hij zich had laten vaccineren en dat bleek niet het geval te zijn. 

Ik vind daar wel wat van: we werken nu eenmaal in onze verpleeghuizen met de meest kwetsbare mensen, ook als het om corona gaat.

Dat ervan vinden, daar sta ik niet alleen in. Om mij heen: in de krant, social media de televisie, de radio, overal hoor, zie, lees ik mensen die er iets van vinden. Er zijn natuurlijk voor- en tegenstanders en allemaal hebben ze zo hun argumenten. 

Dat is niet verwonderlijk.

Wat mij verbaasd is dat we, ook in deze discussie, terecht lijken te komen in een onverbiddelijke en absolute tweedeling, waarbij de onderlinge argumenten, toch bedoeld om het gesprek te initiëren, werken als bouwstenen van een nieuw soort ijzeren gordijn met aan beide zijden verbitterde ideologieën. 

Waar of niet waar.

Eens of niet eens.

Zwart of wit.

Zo keek ik afgelopen week ook met enige verbijstering naar de demonstranten in Harskamp en hun meedogenloze oproep om maar weer concentratiekampen te openen; zacht sussend goedgemompeld door oudere dorpsbewoners die spraken over dorpsjongeren die niet goed wisten wat ze zeiden. Maar die ondertussen wel keihard het gevecht aangingen. 

Op allerlei plekken zie ik vergelijkbare vormen van polarisatie binnensluipen. En daarmee zie ik ook overal potentiele conflictbronnen ontstaan. Een samenleving die steeds meer in zichzelf gekeerd raakt en overal breuklijnen van een conflict in zich draagt.

Stikstof.

Boeren.

Schiphol.

Woningnood.

Onbetaalbare huren.

Vrijheid.

Corona.

Schulden.

Vluchtelingen.

Ooit begeleidde ik, als jonge verpleegkundige, een echtpaar waarvan de vrouw met enige regelmaat psychotisch werd en dan zeer angstig was. In de gesprekken ontdekte ik dat er werkelijk geen onderwerp te bedenken was, waar het paar onderling niet de strijd over aanging. Alles werd tot op het bot uitgevochten en dit leverde steeds weer in ieder geval één verliezer op. Meestal de vrouw die aan dit patroon ontsnapte door psychotisch te worden. Op dat moment werd de man zorgzaam en bereid tot concessies. 

Wat wil ik hier nu mee zeggen?

Als we niet bereid zijn om het gesprek met elkaar aan te gaan, waarbij we elkaar in elkaars waarde laten, dan kan het wel eens zo zijn dat we terecht gaan komen in ziekmakende patronen. Dan gaan we die ander bestrijden, uitsluiten en komt zelfs de oproep voor concentratiekampen en, we kunnen erop wachten, de sterke leider.

Laten we zelf sterk zijn en argumenten gebruiken waarvoor ze zijn bedoeld: om het gesprek aan te gaan. Te luisteren. Proberen te begrijpen. 

Is het zo simpel?

Ik ben bang van wel.

Nu nog even doen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten