vrijdag 31 januari 2020

Kom bij ons!!!! Nee!!!!! Kom bij ons!!!!


Je zal toch maar én ambitieus zijn én moeten werken in een arbeidsmarkt, waarbij met name hoger opgeleid zorgpersoneel nauwelijks te vinden is.

Daar ga je dan met je groeidoelstellingen....

Voor veel zorginstellingen is dit type marktdenken alweer verleden tijd. We realiseren ons heel goed dat in die zogenaamde markt het aanbod vrijwel eindeloos zal zijn. De vergrijzing, er is afgelopen week op allerlei manieren uitgebreid aandacht voor geweest, zal ons maatschappelijk nog voor flinke uitdagingen plaatsen. Dit is helemaal zeker als we de andere zijde van de vergrijzing, namelijk het steeds minder beschikbaar zijn van professionals, hier tegenover stellen. De enige, denkbare vlucht vooruit is in dit scenario, in dit type denken, dan ook: de handen ineen slaan en zoeken naar een zo breed mogelijke coalitie waardoor de vergrijzing niet alleen het vraagstuk voor zorginstellingen zal zijn.

Wouter Bos en de zijnen hebben hier verstandige dingen over gezegd in hun recente onderzoek naar de gevolgen van de vergrijzing. Met name was hij kritisch op de grondgedachte van onderlinge concurrentie: deze bemoeilijkt nu eenmaal de samenwerking die juist zo hard nodig is.

Gelukkig vindt deze gedachte inmiddels op brede schaal ingang en, ook in de Haarlemmermeer, mijn werkgebied, wordt er momenteel hard gewerkt aan samenwerking op allerlei niveaus en tussen een veelheid van instellingen uit het sociale domein: gemeente, zorg, welzijn, woningbouwcoöperatie, en ga zo maar verder.

Samenwerking kent als cruciaal verband: vertrouwen. Vertrouwen vraagt tijd, soms veel tijd. Je moet elkaar leren kennen, elkaars taal leren spreken, begrip krijgen voor elkaars problemen en dat staat soms weer haaks op de haast die je kan hebben als ambitieuze organisatie.

Dan kan het dus zomaar gebeuren dat, ondanks afspraken die onderling worden gemaakt om vooral niet elkaars concurrent op de arbeidsmarkt te zijn, deze opeens worden doorbroken en je van de daken schreeuwt dat je als wijkverpleegkundige "bij ons in FWG 55" zit!

Als enige in de regio nog wel...

En natuurlijk hoop je dat hierdoor wijkverpleegkundigen massaal overstappen naar jouw organisatie, zodat je in ieder geval kan groeien...

Dat hiermee dat cruciale, onderlinge verband, namelijk vertrouwen, wordt doorbroken, dat is dan blijkbaar een soort "collateral damage". Want ja, groei betekent groter worden en groter worden betekent in onze verhoudingen meer macht.

Dat is ook een benadering.

Zelf zo groot en machtig worden dat je die ander gewoon niet meer nodig hebt...

Maar hoe groot moet je dan eigenlijk zijn om al die vraagstukken door de vergrijzing op te kunnen lossen?

Ik ben bang dat je dan voor jezelf een onmogelijke opgave creëert. De paradox zou dan wel eens kunnen zijn dat je, misschien omdat je zo groot bent geworden, er uiteindelijk alleen voor staat.

Ik zal maar verklappen: bij ons in de organisatie zit je, als wijkverpleegkundige, niet in FWG55... maar je hoeft het niet alleen te doen.

Dat is toch ook wat waard...

en als je liever een paar tientjes per maand meer verdiend, hieronder staat de advertentie...



zaterdag 18 januari 2020

Wie het weet mag het zeggen




Op het whiteboard op mijn kamer heb ik al enkele jaren een papier hangen waarop de tekst:

"Wie het weet mag het zeggen..."

Ik kan wel stellen dat dit zo langzamerhand mijn credo als leidinggevende is geworden.

Het kan geen kwaad om zo nu en dan eens stil te staan bij zaken die schijnbaar zo vanzelfsprekend zijn dat je er nog maar nauwelijks een vraagteken bij zou zetten. Zoals de manier waarop in onze samenleving organisaties veelal zijn opgebouwd. Kenmerkend hierin is de "hark". Het begint met één figuurtje aan de bovenkant van het blad, van hieruit ontstaan allerlei vertakkingen.


Voila.

En of we het nu over een school, een ziekenhuis, een ministerie, een autofabriek hebben: overal zie je min of meer dezelfde figuur ontstaan.

Zijn al die organisaties dan hetzelfde?

Neen.

Waarom is dan deze structuur overal zichtbaar?

Ik weet het niet. Daarvoor zijn gelukkig vele boekwerken met analyses en onderzoek gepubliceerd, dus als deze vraag je interesseert dan kan je de rest van je leven lezend en studerend doorbrengen. Als je een antwoord hebt, ik hou me aanbevolen.

Laat ik het over mezelf en mijn organisatie hebben.

Ik ben dat figuurtje, helemaal aan de bovenkant. Al sinds mijn 32e is dat zo ongeveer de plek waar ik in organisaties gevonden kan worden. Consequentie is dat ik de baas ben van alle figuurtjes die hieronder staan getekend. En ieder vakje vertegenwoordigt weer een baas: de vakjes direct onder de bovenste zijn meestal stafafdelingen en die hebben een leidinggevende en de hele rij hier weer onder zijn de verschillende afdelingen van een organisatie met ook weer allemaal baasjes.

Een bijzondere is natuurlijk deze: zo ongeveer iedere zorginstelling heeft wel een strategisch beleidskader die meestal begint met een zinsnede die duidelijk maakt dat de patiënt/ cliënt ofwel bewoner...centraal staat...

Gaan we weer even naar de hark en mijn eenvoudige vraag aan u, lezer, is: zoek de cliënt...

Nergens te vinden.

Dus we hebben in al onze instellingen een manier van organiseren waarin de essentie van de organisatie, de cliënt, niet terug te vinden is.

Bijzonder.

Dan gaan we naar ons grootste kapitaal: onze medewerkers.

Zelfde vraag: zoek de medewerker...

Nergens te vinden.

Bijzonder.

Het wordt nog mooier. Deze hele structuur is enkele duizenden jaren geleden bedacht door de Romeinen. Ze gebruikten deze opzet om hun enorme legers te organiseren en het effect was dermate succesvol dat deze zelfde legers zo ongeveer de hele toen bekende wereld veroverden.

Het is een bevelstructuur.

Ze is helemaal ingericht op een top-down manier van werken. Maar natuurlijk, in de hitte van de strijd heeft geen enkele generaal de behoefte aan soldaten die, nadat een bevel is gegeven, hun vingers opsteken en hierover in discussie gaan. Een soldaat diende te gehoorzamen en dat gaf, in ieder geval bij de Romeinen, de meeste kans op succes.

Maar nu ben ik directeur van twee 21e eeuwse varianten van bejaardenhuizen met in onze complexen zo ongeveer de meest kwetsbare mensen die we in onze samenleving hebben: hoogbejaarde mensen waarvan velen ook nog eens lijden aan één of andere vorm van dementie. Deze mensen worden verzorgd door medewerkers die, gelukkig, heel veel gevoel hebben voor hoogbejaarde mensen en er ook nog eens veel verstand van hebben.

Medewerkers die heel goed weten wat deze bewoners nodig hebben en wat zij hiervoor moeten doen of laten. Medewerkers die over het algemeen ook de naaste familie en vrienden van onze bewoners goed kennen en weten hoe ze hen in de zorg voor hun naasten kunnen betrekken.

Bewoners en naasten die allemaal individuen zijn en die allemaal zo hun specifieke vragen, wensen en noden hebben.

Wat voor de één geldt, is voor de ander wellicht taboe.

U voelt het hem wel aankomen.

In zo'n organisatie werkt een bevelstructuur niet. In zo'n organisatie werkt de top-down benadering niet.

En dat gaan we dan ook steeds meer voelen.

Het werkt gewoon niet meer.

Ik ben wel de directeur, maar ik ben niet de baas.

Want wie het weet, die mag het zeggen...

dat is dus soms de huiskamermedewerker, soms de EVV'er, soms de verzorgende, soms de schoonmaakster en soms, heel soms, de leidinggevende...