dinsdag 14 december 2021

Verhalen van een zorgdominee in coronatijd

 


Het afgelopen jaar werd door mij onder de medewerkers een enquete uitgezet over of en hoe zij zich gesteund voelden gedurende alle COVID-ellende. We hebben, zoals in de meeste organisaties, bij iedere uitbraak een crisisteam actief; we publiceren dagelijks een update en voor de mantelzorgers wordt de website bijgehouden; we zorgen er vanuit het MT voor dat er dagelijks, ook in de weekeinden, MT-leden in de organisatie aanwezig zijn en, niet te vergeten, vrijwel iedere dag is er wel een klein presentje voor de medewerkers.

Zonder enig cynisme merk ik hier nu over op: al die genoemde zaken worden eigenlijk door de medewerkers als "normaal" ervaren. Er wordt niets anders verwacht dan dat ook vanuit het MT heel veel extra inzet wordt gegeven en dat door hen de crisis wordt "geregeld".

En wel beschouwd, zo is het natuurlijk ook. Als we zien wat er allemaal van onze medewerkers wordt gevraagd (waarbij ik de eerste ben die toegeeft dat we ook vragen hebben gesteld die we eigenlijk niet hadden mogen stellen, zoals nog een keer de vrije dagen opschuiven of toch ook nog maar die nachtdienst draaien na de avonddienst of ...), dan is het uiteraard volkomen vanzelfsprekend dat ook MT-leden vrije tijd inleveren en heel veel extra werk verzetten om samen uit de crisis te komen.

Maar als de vraag wordt gesteld waardoor men zich nu echt gedragen wist, dan is het antwoord niet zelden: de geestelijk verzorger.

Onze geestelijk verzorger is een bescheiden man. Hij kan heel goed bijna onopvallend aanwezig zijn. Hij kan heel goed observeren en aanvoelen. Hij kan heel goed luisteren. Hij kan er heel goed gewoon zijn.

Op de afdeling waar een uitbraak is, kan hij gewoon een paar uur in de huiskamer zitten en de aanwezige bewoners aan zich binden. In volledige bepakking: veiligheidsbril op, schort voor gebonden, handschoenen aan, mondmasker voor.

En op zondag zorgt hij ervoor dat op de website een stukje van hem wordt gepubliceerd. Een overdenking, een bemoediging, troost. Nooit een opgeheven vinger, nooit een preek. Een stukje geschreven, zoals hij doordeweeks op de afdeling aanwezig was: het was er gewoon.

Iemand kwam op het briljante idee deze stukjes te bundelen en in een boekje te doen verschijnen. Dat hebben we direct beetgepakt. Als extra steuntje en als blijk van waardering.

Werd het werk van het MT dan niet ervaren als "steun"? Zeker wel, maar in de context van samenwerken. Ieder levert hierin zijn deel en die samenwerking ging uitstekend en werd gewaardeerd. Alleen de geestelijk verzorger en de manier waarop hij zich naast de medewerkers opstelt, dat valt buiten deze context. Dat is iets extra's, maar wel iets extra's waar iedere medewerker echt behoefte aan heeft: aandacht.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten