zondag 29 september 2019
Scherp aan de wind ...
Morgen is het 30 september 2019. De herfst is afgelopen week begonnen en dat was de laatste dagen goed merkbaar: de regenbuien wisselden elkaar in hoog tempo af. Ook de zon kwam nog regelmatig door, op de wijze die zo kenmerkend is voor de herfst: diepe wolkenluchten en een strakblauwe achtergrond. Als ik vanuit Gouda door het Groene Hart naar de Haarlemmermeer rij, kijk ik uit over het weidse landschap en zie ik aan de einder ofwel lichtbanen ofwel regenstralen door het wolkendek heen breken.
Het einde van het jaar nadert en de spanning neemt toch wat toe. Vorig jaar werd met een stevig financieel verlies afgesloten. Dit was voor het belangrijkste deel te wijten aan een, voor PCSOH, ongekend hoog verzuim en daarmee samenhangend de kostbare inzet van ZZP'ers. Ook is er, bij een hoog verzuim, altijd sprake van produktieverlies, zodat de terugval in het resultaat extra hard gaat.
Gelukkig hebben we dit jaar het verzuim kunnen terugdringen. Weliswaar zitten we gemiddeld over het hele jaar tot op heden nog aan de te hoge kant, maar de neerwaartse lijn is onmiskenbaar. Mijn besluit, eind 2018, om te breken met de arbodienst waar we nog maar kort mee samenwerkten en het aangaan van een nieuwe samenwerking, heeft gelukkig goed uitgepakt. Met name het langdurig verzuim hebben we nu veel beter onder controle. In augustus zagen we het verzuimcijfer voor die maand van onder de 4% en dat is echt heel erg goed. Je moet bedenken dat de landelijke trend precies de andere kant op beweegt: die lijn stijgt juist.
Het ziet er dus naar uit dat we dit jaar weer met een positief resultaat kunnen afsluiten.
Hoe belangrijk is het financieel resultaat? We hebben het toch over zorg?
Maar natuurlijk.
Afgelopen week zag ik een reportage waarin door onderzoeksjournalisten zorginstellingen werden uitgelicht waar ongekend hoge winstmarges werden behaald: van ruim 20 tot zelfs 50% op de jaaromzet. Het is mij een raadsel hoe zoiets op een aanvaardbare manier zou kunnen worden gerealiseerd. Met de nu geldende tarieven is het mogelijk om (iets) positief uit te komen, maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Ik kan me ook geen goede rationele voorstellen om te sturen op dergelijke enorme winsten want er zijn geen aandeelhouders die iets van hun inleg terug willen zien. De inkomsten zijn afkomstig uit gemeenschapsgelden en bedoeld voor de zorg en het welzijn van onze cliënten. Het kan dan ook niet anders of het grootste deel van deze inkomsten komen ten goede van hen.
Toch is het belangrijk om ook een goed financieel resultaat te behalen. Immers, iedere zorginstelling is verantwoordelijk voor haar eigen financieel beheer en zal dus, wil ze haar toekomst verzekerd zien, scherp moeten koersen om deze continuïteit te kunnen bieden. Want ook hier: onze cliënten zijn hiervan afhankelijk, maar ook onze medewerkers. Als werkgever ben ik ook verantwoordelijk voor de werkgelegenheid van ruim 250 mensen.
Maar er is meer.
De samenleving is in beweging en we zien dan ook dat de ouderenzorg steeds sneller verandert. Ouderen blijven langer in hun eigen woning, ook als ze in toenemende mate zorgbehoeftig worden en bij opname in het verpleeghuis zijn de cliënten veelal reeds vergevorderd in hun ziekteproces. Waar zij enkele jaren geleden nog 2 tot 3 jaar in het verpleeghuis verbleven, is dat inmiddels teruggelopen tot gemiddeld nog geen jaar. Ook weten we dat de arbeidsmarkt voor verzorgenden en verpleegkundigen de komende jaren er niet beter op zal worden, terwijl het aantal zorgbehoeftige ouderen alleen maar zal toenemen. Tenslotte, maar niet onbelangrijk, zijn er tal van technologische ontwikkelingen. Allemaal zaken die betekenen dat we de komende jaren op allerlei gebied (fors) zullen moeten gaan investeren. We zullen dus reserves moeten opbouwen om aan deze investeringsbehoefte te kunnen voldoen.
Het alleen maar afsluiten van een jaar zonder financieel verlies, is op de lange termijn dus onvoldoende.
Gelukkig is PCSOH financieel erg gezond. Er zijn voldoende reserves opgebouwd, maar die zullen we dus ook hard nodig hebben om de (nabije) toekomstige behoeftes voldoende het hoofd te kunnen bieden.
Verliesgevende jaren kunnen we daarom niet gebruiken: die gaan ten koste van de opgebouwde reserves.
We zijn een kleine organisatie en dat willen we ook graag blijven. Dat betekent wel dat er scherp gekoerst zal moeten worden.
Ook financieel...
maandag 16 september 2019
Mensenwerk
Tijdens mijn accreditatiegesprek, ontstond discussie over mijn rol in de zorginstelling waar ik leiding aan geef. Dit is een zeer kleine instelling met 2 lokaties en zo 'n 250 medewerkers. Zorgbestuurders vragen ook altijd naar de hoogte van het jaarlijkse budget (omzet zou een betere term zijn) en die is voor deze instelling ongeveer € 10 miljoen.
In het Nederlandse zorglandschap ben je dan echt een "kleintje".
De vraag ontstond of ik derhalve wel voldoende aan mijn bestuurlijke taken toekwam of dat ik meer op een directiepost zit.
Ik zal dit uitleggen.
Omdat de organisatie zo klein is, zit ik vrij dicht op de dagelijkse werkzaamheden. In gewichtiger taal: de operatie. Juist omdat ik als bestuurder mezelf toegankelijk opstel, word ik regelmatig betrokken bij het wel en wee van de dagelijkse beslommeringen. De planningsproblemen door het hoge ziekteverzuim, de problemen met één van de medewerkers, de capaciteitsdiscussie omdat de wachtlijsten groeien... Kortom, de dagelijkse vraagstukken waar iedere leidinggevende over het algemeen zijn dagen mee kan vullen.
Ik heb ook gewerkt voor zeer grote organisaties. Dan hebben we het over instellingen met 1000 tot zelfs bijna 6000 medewerkers. Het gemiddelde jaarbudget waarover ik in die instellingen verantwoordelijk was, was veelal een veelvoud van het jaarbudget van "mijn" huidige instelling. Ik had een kantoor in het hoofdgebouw met bestuurders, andere directeuren en meestal een hele reeks aan stafafdelingen. De dagelijkse gang van zaken in de thuiszorgteams en/of verpleeghuizen die onderdeel waren van de instelling, ontging mij grotendeels.
Nog maar recent merkte ik op naar een collega die mij wat verwonderd bevroeg over mijn stap naar de rol van bestuurder in zo'n kleine organisatie: "Ik heb nog niet eerder moeten werken met zo'n klein budget, maar met zoveel verantwoordelijkheid.."
En dat is precies waar het over gaat.
Ik heb de afgelopen jaren hard gewerkt om in mijn huidige organisatie de directielaag te kunnen verwijderen. Dat is me gelukt omdat ik inmiddels een aantal zeer goede operationeel leidinggevenden heb die uitstekend in staat zijn om de dagelijkse gang van zaken in de organisatie aan te sturen. Die hierin intensief met elkaar samenwerken. Die mij de ruimte geven om in de verschillende netwerken waar onze organisatie zich in begeeft, actief te zijn.
Zo actief, dat onze zorginstelling, ondanks haar geringe grootte, gezien en gewaardeerd wordt. Dat we betrokken worden bij tal van initiatieven en men graag met ons samenwerkt. Omdat we ons niet gedragen als concurrent, maar als partner.
En ja, ik weet heel goed wat er speelt in de organisatie. Ik weet dat één van onze wijkverpleegkundigen nog maar kort geleden een dochter heeft gekregen. Dat er een aantal betrokken medewerkers binnenkort hun opleiding naar EVV'er afronden. Dat we zorgen hebben over de geringe instroom van nieuwe vrijwilligers. Dat er een medewerker toch weer langdurig is uitgevallen door problemen thuis.
Allemaal zaken die ik in die grote organisaties veel oppervlakkiger of helemaal niet wist.
Die me voortdurend doen beseffen dat we te maken hebben met mensenwerk.
Met mooie mensen.
En ik ken ze.
En zij kennen mij.
zaterdag 14 september 2019
Bestuurder in de zorg
Op 1 oktober 2019 is het zover. Vanaf die datum ben ik ingeschreven in het register van geaccrediteerde bestuurders in de zorg. Om te voorkomen dat ik zou denken dat ik er nu ben, wordt op het certificaat vermeld dat de inschrijving geldt voor een periode van 5 jaar.
Dan ben ik 62 jaar oud.
Ik werk al sinds mijn 32e in allerlei eindverantwoordelijke functies in vele sectoren in de zorg.
Wat vind ik nu van deze inschrijving?
Ik ben ambivalent.
Het accreditatiesysteem door de Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Zorg *) is indertijd ontstaan als reactie op een voortdurende maatschappelijke onrust over bestuurders in de zorg. Meldingen over exorbitante beloningen of goedkope leningen aan bestuurders door de zorginstelling waaraan leiding werd gegeven, het "old boys network" wat vergat om naast de borrel ook kritisch toezicht te houden, vaak ook in relatie met geconstateerde wantoestanden binnen zorginstellingen, deden de publieke opinie koken en in ons parlement werd door ambtenaren overuren gedraaid om alle verontwaardigde vragen beantwoord te krijgen.
Ik overdrijf.
Maar het beschrijft wel het beeld dat zo langzamerhand is ontstaan.
Nog maar enkele weken geleden woonde ik een workshop bij en toen ik me tijdens het voorstelrondje bekend maakte als bestuurder, kwam onmiddellijk een variant op het grapje van de graaiende baas op tafel. Ik bevond mij in een gezelschap van uitsluitend professionals.
Tja.
Het accreditatiesysteem is dus een defensieve reactie op een maatschappelijke onrust over de wijze waarop verantwoordelijken omgaan met publiek geld en de zorg voor, veelal, de zwaksten in onze samenleving.
En daar zit voor mij dan direct de andere kant als het gaat om accreditatie: we werken in de zorg inderdaad met publiek geld en dit moet worden benut om de zwaksten in onze samenleving zoveel mogelijk in hun kracht te krijgen.
En ja, daar mag een samenleving vragen om enige onderbouwing als het gaat om de kwaliteit van de bestuurder.
Accreditatie kan hierbij helpen.
Ik heb, na enige aarzeling (ik hou niet zo van een defensieve benadering), uiteindelijk dus toch gekozen om het traject van accreditatie in te gaan. Dit bleek boeiender dan ik me er van tevoren had voorgesteld. Het heeft in ieder geval geleid tot het voornemen om hierover een blog te starten:
Bestuurder in de zorg.
Maar het gaat ook over mij, Erik Zwart, als bestuurder in de zorg. Het is derhalve geen theoretische benadering en het dient geen ander doel dan voor mezelf een document te ontwikkelen waarin ik mij steeds weer de vraag stel wat dat nu eigenlijk voor functie is... bestuurder.
En dan zien we over vijf jaar wel weer verder.
En ik publiceer deze blog omdat het geen geheimen zal bevatten en ik iedere vorm van discussie of uitwisseling bij voorbaat interessant vind.
*) ja, u constateert het terecht, de afkorting komt niet overeen met de ondertiteling, de oorspronkelijke naam Zorg Directeuren ("ZD") wordt niet meer gebruikt (waarover later meer)
Abonneren op:
Reacties (Atom)


