vrijdag 1 november 2019

O no, Noro!

het noro-virus

Afgelopen week kreeg ik op woensdagochtend een telefonische melding (ik zat nog in de auto) dat bij een bewoner die was ingezonden naar het ziekenhuis, het norovirus was vastgesteld. Toen ik een klein half uur later de locatie betrad, waren er al 4 andere bewoners verdacht van de gevolgen van dit virus.

Het norovirus is berucht. Het levert vervelende klachten op als braken en diarree. De verschijnselen duren niet zo lang, een dag of vier, maar je bent er goed ziek van. Zeker voor kwetsbare mensen, zoals onze hoogbejaarde bewoners, is het virus erg bedreigend. Bovendien, ze is extreem besmettelijk en moeilijk te bestrijden. De besmetting verloopt op allerlei manieren: via de lucht (vochtdeeltjes na een braakaanval); via de handen (dezelfde vochtdeeltjes komen overal terecht); via sanitair, via kleding en ga zo maar door. De bestrijding is dus een kwestie van zoveel mogelijk de slachtoffers isoleren en met beschermende kleding (schorten, handschoenen, mondkapjes) tegemoet treden; de hygiëne op strikte en dogmatische wijze toepassen en overal in de locatie bedenken waar mogelijke lekken zich kunnen bevinden. Medewerkers die ziekteverschijnselen krijgen, moeten direct naar huis en mogen pas 48 uur nadat de verschijnselen verdwenen zijn, weer aan het werk. En ga zo maar door...

Tot mijn genoegen merkte ik op dat de operationeel leidinggevenden en stafmedewerkers accuraat aan de slag gingen: maatregelen werden genomen en gecommuniceerd; de verschillende teams werden bezocht en geïnstrueerd; voorraden beschermende kleding en preventiemiddelen werden aangevuld en er begonnen stafmensen te controleren of alle maatregelen voldoende werden uitgevoerd.

Desondanks bleef het virus de dagen erna zijn slachtoffers eisen. Heel bijzonder, ingehuurde medewerkers (uitzendkrachten) begonnen hun toegezegde diensten af te zeggen, zodat het steeds meer op de schouders van onze medewerkers neer begon te komen.

Zo dreigde een vicieuze cirkel.

Als bestuurder concentreerde ik me op het proces: is er regie? Is er afstemming? Zijn de mensen voldoende scherp? Wordt er voldoende gecommuniceerd?

Dat betekent dus rondlopen; deuren sluiten die openstaan en gesloten moeten zijn en bovendien mensen hierop aanspreken; navragen of iedereen weet wat hem of haar te doen staat (receptie bleek niet geïnformeerd te zijn); hoe ondergaan medewerkers deze crisis? Is er onrust? En op de vrije zaterdag even langsrijden om de medewerkers te waarderen voor hun harde werken.

Want er werd hard gewerkt en nauwelijks gemopperd.

Mooie mensen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten