vrijdag 22 november 2019
Over normen, meetbaarheid en transparantie
Afgelopen week ontstond er een korte, maar aardige discussie op Linked-in tussen mij en Azmi Alubeid. Hij is vitaliteitscoach bij HWW-zorg in Den Haag.
Ik heb géén idee wat een vitaliteitscoach is en doet, maar hij stelde als norm dat bewoners van een verpleeghuis dagelijks minimaal 2 uur buiten moesten kunnen zijn.
Dat bewoners van een verpleeghuis ook naar buiten moeten kunnen, maar natuurlijk. Dat de zorginstelling hierin een verantwoordelijkheid heeft, maar natuurlijk.
Maar die norm...
Daar reageerde ik op. Ik ben niet zo van de normen.
Normen hebben als voordeel dat iets toetsbaar wordt. In deze situatie: je kan meten of een bewoner dagelijks 2 uur buiten is geweest. Daar kun je een registratie van bijhouden. Die registratie kun je bewaken en beoordelen.
Normen maken alles zo heerlijk transparant.
Maar die lijstjes...
Maar die registraties...
Daar worden professionals over het algemeen niet gelukkig van. Die beschouwen die registraties als ballast. Want er moet al zoveel worden geregistreerd: de temperatuur van de koelkast in de huiskamer, de valincidenten, de bewoners die niet zelfstandig de afdeling mogen verlaten, de medicatie moet worden afgetekend, er moeten dagelijks rapportages worden geschreven, de indicatie moet worden bijgesteld, om maar eens wat te noemen. En al die tijd die ze voor de administratie moeten gebruiken, kan niet aan de bewoner worden besteed.
Allemaal onzin dus, die registraties?
Zeker niet en een heel aantal registraties moeten ook gewoon plaatsvinden. Maar we zijn de laatste jaren wel erg dol geworden op het smart maken van doelen en het bijbehorende meten en registreren.
Dus dan nu ook de uren dat een bewoner buiten is.
Ik weet het zeker: een beetje verzorgende vindt het volstrekt logisch dat een bewoner ook naar buiten kan, als de bewoner dat wenst. Als het even kan, zorgen ze daar ook voor. Of de huiskamerbegeleider of een activiteitenbegeleider of een bezoekend familielid of ze geven de bewoner toegang tot de belevingstuin of een ritje met één van onze, veelgebruikte duofietsen.
Waar komt de behoefte vandaan om een dergelijke registratie op te zetten?
Die lijkt mij niet ingewikkeld: omdat het nu eenmaal niet altijd lukt om met een bewoner naar buiten te gaan, als deze dat wenst. Omdat er nog andere bewoners om aandacht vragen en er bijvoorbeeld een collega ziek is thuis gebleven. Daarom.
Dus levert een dergelijke registratie alleen maar frustratie op...
tenzij...
de verzorgenden van een afdeling zelf besluiten eens een tijdje een dergelijke registratie bij te houden. Om eens te onderzoeken hoe vaak een bewoner eigenlijk in de gelegenheid wordt gesteld om buiten te zijn. En niet omdat de organisatie, de inspectie, het zorgkantoor, het ministerie, een behandelaar voor hen bedenkt dat een dergelijke registratie noodzakelijk is.
Dit is een cruciaal verschil: de laatste gaat uit van het vertrouwen in je professionals en je geeft hen het stuur in handen.
Is dit vertrouwen eindeloos en daardoor naïef? Nee, want ik vind het heel gezond dat door (interne en externe) audits regelmatig het gesprek met je professionals wordt aangegaan over de kwaliteit van hun werken.
In deze dualiteit zit naar mijn overtuiging de crux van een gezond werkklimaat, niet in het eindeloos bijhouden van opgelegde lijstjes.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten